Mijn naam is Arthur Hesp. Ik ben databasebeheerder en beveiligingsexpert. Ik ben een IT’er van de oude garde, begonnen in de jaren tachtig en meegegroeid met alle belangrijke ontwikkelingen sindsdien. In meer dan dertig jaar heb ik fenomenale kennis opgebouwd van alles wat te maken heeft met het verwerken, beschermen en combineren van digitale gegevens.

Iets meer dan tien jaar geleden ben ik mijn eigen bedrijfje gestart. Ik ben geen ZZP’er, maar een werknemer van mijn eigen BV, ook al ben ik de enige. In de loop der jaren heb ik een zeer goede naam opgebouwd in mijn vakgebied. Betere reclame dan een succesvol project is er niet, en mijn lijst succesvolle projecten is zo lang als een rol toiletpapier.

Veelal word ik ingehuurd door de overheid, of door grote bedrijven, om een waterdichte beveiliging te bouwen voor hun waardevolle databases. De ene keer werk ik voor het ministerie van justitie, een andere keer voor Vodafone, en onlangs nog voor het Europees Parlement.

De meeste opdrachten lijken op elkaar. Er zijn in elk bedrijf richtlijnen voor de beveiliging van gegevens. Hoe gevoeliger de data, hoe strenger de regels. Als ik in overheidsdienst werk, zijn de regels het gevolg van wetgeving, bepaald bijvoorbeeld door Tweede Kamer, of door Brussel. Steeds vaker heeft ook de Amerikaanse regering er wat over te zeggen, maar mijn taak is altijd dezelfde.

Ik ontwerp de systemen die al deze regels moet waarborgen. Als ik voor het eerst bij de klant binnenkom, zijn die waardevolle gegevens vaak nog algemeen toegankelijk. Als ik weg ga, kunnen alleen bevoegden erbij, onder alle strenge voorwaarden die de wet of het bedrijf stelt. Bevoegden, en ik, Arthur Hesp.

Een database-administrator verdient niet slecht. In loondienst gemiddeld zo’n vijfduizend euro per maand; zelfstandigen al snel tussen de negentig en honderdtwintig euro per uur. Met mijn staat van dienst ben ik vandaag de dag ruim honderdvijfenzeventig euro per uur waard. En dat betalen de mensen ook. Ik heb altijd gedacht dat dat genoeg zou zijn. Tot ik ziek werd.

Ik ben negenenveertig jaar. Ik heb een vrouw en twee kinderen, en ik ben altijd zuinig geweest op mijn lichaam. Ik rook niet, ik drink niet en ik doe veel aan sport. Fietsen, hardlopen, roeien; Arthur Hesp heeft een topconditie. Mijn levensverwachting zal tot twee maanden terug dik tachtig jaar hebben bedragen. Maar ik ben terminaal. Meer dan drie maanden heb ik niet meer.

Ik ben niet trots op wat ik heb gedaan. Dat is nog zeer voorzichtig uitgedrukt. Ik schaam me werkelijk kapot. Maar het is al te laat, er is geen weg terug meer.

U moet één ding weten. IT’ers gooien nooit iets weg. Data is kennis, en kennis is macht. Als de Europese richtlijn zegt dat uw nummerbord, gefotografeerd op de A1 bij Maastricht, maximaal zes weken mag worden bewaard, dan wordt uw nummerbord keurig conform de regels verwijderd uit de systemen. Maar niet uit de backups, die dagelijks overal worden gedraaid. En ook niet uit de schaduwsystemen, die mensen zoals ik graag aanleggen, voor een extra gevoel van zekerheid. In geval van nood wil je tenslotte altijd terug kunnen vinden wat je zoekt. Zo zijn wij – onbelangrijk, maar machtiger dan u zich kunt voorstellen. Zo ben ik.

Ik ben een vampier. Ik zuig al het leven uit u weg, niet uw bloed, maar wel uw data. Gegevens die véél meer definiëren wie u bent, dan uw hele DNA-profiel bij elkaar. Iets meer dan een maand geleden ben ik begonnen alle databases waaraan ik ooit heb gewerkt, online aan elkaar te koppelen. Mijn oude opdrachtgevers merken daar niets van. Het resultaat heeft zelfs mij verbijsterd. Alle gegevens van uw mobiele telefonie, de voertuiginformatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, uw Google zoekopdrachten en uw bijdragen op social media, uw vluchtgegevens en OV-reisinformatie, en de enorme vergaarbak van wetenswaardigheden die de belastingdienst de afgelopen tien jaar is geworden; het zijn slechts enkele voorbeelden van de verbindingen die ik heb gelegd. Geef mij een naam, van uw vrouw, uw vriendje, uw zoon of uw bazin en ik kan u meer vertellen over de persoon in kwestie dan hij of zij zelf. Computergeheugens zijn veel betrouwbaarder dan die van overspelige partners, frauderende collega’s en graaiende chefs.

Over een paar weken, misschien maanden, ben ik er niet meer. Dan moet mijn gezin zonder mij verder, zonder recht op pensioen, zonder de reserves die ik had willen, maar door omstandigheden niet heb kunnen opbouwen. Ik heb gedaan wat ik moest doen, om voor hen te zorgen. Ik heb de vrucht van al mijn kennis en werk verkocht. De hoogste bieder had een Chinese naam, maar wat weet ik; het kan ook een Koreaan zijn geweest, of een Vietnamees.

Het geld zit in een offshore fonds; mijn vrouw zal nooit een dag in haar leven hoeven te werken en mijn kinderen zal het aan niets ontbreken. Ik zal een manier moeten vinden om te leven met wat ik heb gedaan. Dat zal me vast niet meer lukken in de korte tijd die me nog rest. In dat opzicht kan de dood mij nu niet vroeg genoeg komen.

Interview met een vampier werd eerder gepubliceerd op Het is gezien, een platform voor cultuur en literatuur dat helaas alweer terziele is.