In de rubriek Vragen aan Fleur peilde Tim Notten de afgelopen weken haar mening over van alles en nog wat. Deze week alweer de laatste aflevering, waarin Tim tot zijn schrik bemerkt dat de rollen ineens zijn omgedraaid.

Fleur: Mij werd altijd geleerd dat als iemand over je grenzen gaat – je kwetst, je aanvalt, je verraadt enzovoort – je moet proberen om je in die ander te verplaatsen. Door hem of haar te begrijpen, kan je vergeven. Dat probeer ik dus ook altijd te doen. Inmiddels ben ik vrij goed geworden in wat ik noem ‘geruisloos incasseren’: als iemand me iets aandoet, dan slik ik mijn gevoelens weg en tracht die ander te begrijpen. In de meeste gevallen lukt dat wel. Vergeven duurt in extreme gevallen wel iets langer. Maar ik ben van nature niet rancuneus. Angstig wel, en als iemand me iets heeft aangedaan kan ik me afsluiten uit schrik dat het nog eens zal gebeuren.

In elk geval merk ik dat ik, ondanks het begrijpen, wél met mijn opgekropte emoties blijf zitten. Als iemand bijvoorbeeld je vertrouwen schendt, doet dat gewoon pijn. Ook al snap je wat die persoon daartoe gedreven heeft (bijvoorbeeld onzekerheid, jaloezie, dominantie, angst…)

Het andere uiterste: de ander niet proberen te begrijpen en alleen maar boos worden, is voor mij helaas niet weggelegd. Ik ben dus op zoek naar een gulden middenweg: begrip voor de ander maar ook begrip voor mezelf. Ofwel: de scheidslijn tussen zinvol incasseren (voor een hoger doel) of zinloos incasseren (ten koste van jezelf). Wat is jouw advies?

Tim: Telkens als iemand over je grenzen gaat opent zich een luik naar een kuil vol emoties. Je bent gekrenkt, wil begrijpen waarom, waarom juist Albert of Maartje of Joris en waarom juist jij, dat soort vragen. Het is goed om ze te stellen, maar je moet daarbij niet jezelf uit het oog verliezen. Elke grens, bewust of onbewust gesteld, verdient respect. Het is het veilige schild rondom je comfort zone, de reikwijdte van het onbezorgde leven. Dat daar deuken en krassen in komen is onvermijdelijk, want we leven niet in een ideale wereld, maar die veilige marge moet wel worden verdedigd tegen al te grote inbreuken.

Mensen reageren heel verschillend op wat hen kwetst. In een uiterst geval timmert de een er direct op los, terwijl een ander zover gaat de schuld bij zichzelf te zoeken. Opgroeien met een sterk ontwikkelde empathie werkt soms het laatste in de hand: je kunt het conflict zien door de ogen van de ander en dus ook begrijpen waarom hij of zij te ver gaat, over jouw grenzen heen. Dat is een mooie eigenschap, omdat je er telkens weer van leert. Je snapt immers waarom jouw gedrag een bepaalde reactie bij de ander teweeg brengt, en daar kun je wel eens wat mee.

Dat die empathie ook een schaduwzijde heeft mag duidelijk zijn. Je verplaatsen in de ander maakt de zaak gecompliceerd. Ineens telt niet meer alleen jouw eigen gekwetste gevoel, maar ook dat van de ander, die je in zijn of haar boosheid heeft gekwetst. Dan wordt het lastig. Je kunt immers niet meer lekker ongenuanceerd woedend zijn en al je vriendinnen bellen om ze te zeggen wat een ontzettende paardenlul die ander toch is. Je voelt je voor een deel debet aan andermans boosheid, en een logische reactie is dan om het goed te willen maken.

Schuldgevoel is de adder onder het gras voor iedereen met een sterk ontwikkeld empathisch vermogen, zeker in intiemere relaties. Ook daders kunnen zich schuldig voelen en voor een gevoelig slachtoffer is het niet moeilijk zich in die emotie te verplaatsen. Sommige mensen zijn dan zelfs bereid de blaam voor het schuldgevoel van de dader op zich te nemen, en dan wordt het allemaal heel ingewikkeld. Hoe nobel dat ook lijkt, ik denk niet dat iemand daar wat mee opschiet.

Daarom is het belangrijk ook zelf je eigen grenzen te respecteren, en te laten weten wanneer een ander die schendt. Na alle tegenstrijdige gevoelens van schuld en woede is het soms noodzakelijk om het hele conflict te simplificeren. Wat heeft de ander gedaan waardoor jij je zo rot voelt? Is er een belofte niet nagekomen, een oude wond opengehaald, misschien zelfs agressief gescholden, of zijn er smeuïge roddels doorverteld? Dat is allemaal niet erg netjes, en veel ingewikkelder dan dat moet je het niet maken. Het is belangrijk dat je daar wat van zegt, te laten weten dat de ander veel te ver is gegaan en dat je dat ten diepste raakt.

Pas daarna is het tijd om mee te voelen met die ander, die zich wellicht uit pure onmacht dingen permitteerde die niet kunnen. Misschien heeft die persoon inderdaad jouw empathie en hulp nodig, maar die kun je pas bieden als je eerst je eigen grenzen hebt verdedigd. Als de ander zich vervolgens schuldig voelt, geeft jou dat misschien ook een rotgevoel, maar hij of zij heeft het wel aan zichzelf te wijten, en dat moet de kwetsende partij zich ook realiseren en aantrekken. Maar vóór alles zou ik willen zeggen, raak dat enorme vermogen van je om mee te voelen met anderen alsjeblieft nooit kwijt, want per saldo is dat toch wel een van de dingen die van jou zo’n mooi en wijs mens maken.

Vragen aan Fleur verscheen als wekelijkse rubriek op The Post Online.