‘Erben kan er echt geen hol van’, zei Jacqueline. Met haar tong peuterde ze een stukje kauwgum uit de slotjes van haar beugel, wat maar ten dele lukte. ‘Schijtkauwgum. Heb jij iets van een stokkie? Een tandenstokertje of zo?’

Melanie haalde haar schouders op. ‘Paperclippie, heb ik vast wel ergens, wacht effe.’

‘Anyhow’, vervolgde Jacqueline, ‘Erben is dus echt bigtime slecht, weet je. Alles wordt nat bij die gast. Kwijlen ja, dat kan ie. Je kan meteen je lakens in de was pleuren als Erben beft.’

‘Maar hij heb zo’n lange tong juist toch? Ik dacht dattie juist wel goed zou wezen.’

‘Daar doet ie dus niks mee. Beetje sabbelen en met z’n lippen op je doos douwen en de hele bende onder kwijlen tot je je bed uitdrijft. Echt rete-mega-niks-aan. En nog goor ook.’ Jacqueline trok een vies gezicht, terwijl ze nu met haar pinknagel probeerde de plakkerige kauwgum van haar beugel te krabben. ‘Heb je nou een paperclip of wat?’

‘Ja jeez, kalm aan zeg, ik ben toch bezig zeker?’

‘O sorry hoor, ik wist niet dat je kwaad werd! Maar goed, weet je, eigenlijk was Erben dan nog niet eens het ergste hoor. Bart-Jan, dat was echt de worst fokking beffer in the universe! met dat klotige stoppelbaardje van ‘m en maar niet begrijpen dat ie iets met z’n tong moet doen in plaats van met ze kin de hele tijd over je klit te gaan lopen schrapen. Ik had goddome gewoon een plak rosbief tussen mijn benen hangen na afloop. En vet niet klaarkomen natuurlijk. Nondeju ik word helemaal gek van die kutkauwgum!’

‘Jaaaaa!’, jubelde Melanie, ‘Paperclippie! Hiero, asjeblieft!’ Met een mix van trots en ontzag keek ze op naar haar vriendin, die met manisch enthousiasme de paperclip over haar beugel begon te raggen.

‘Ik ben nog nooit gebeft’, bekende Melanie. Dat was niets om je voor te schamen, vond Jacqueline. ‘Joh, geeft niks toch, je bent pas veertien. Ik ben ook pas begonnen toen ik vijftien was hoor.’

‘Heb je ook wel eens gepijpt?’, fluisterde Melanie. Met grote ogen wachtte ze het antwoord af, niet zeker of ze het eigenlijk wel wilde horen.
‘Erben. Eén keertje. Daarna wouwie nie meer. Ik ook niet. Bleef met ze velletje in me beugel hangen. Bloede joh! Nee, pijpe is niks, geloof me.’

‘Pijpe’ verscheen eerder op Het Is Gezien, een inmiddels overleden platform voor literatuur, kunst en cultuur.