Bram liep voor de derde keer terug naar de auto, die helemaal achteraan op het terrein stond geparkeerd op een modderige strook gras. Eerst was de rugzak met borstels, kleedjes en haarspray achtergebleven in de kofferbak, daarna bleken de showlijntjes niet in de tas te zitten, en nu had Ellen honger en was het tijd om de tas met broodjes te halen. Mopperend op het weer trok hij zijn kraag in zijn nek en probeerde tevergeefs een sigaret op te steken. Het ding was al doorweekt voor hij goed en wel zijn aansteker had gevonden.

Zijn haar plakte op zijn voorhoofd en aan zijn wangen toen hij een kleine vijf minuten later met de broodjes de hal weer inliep. Daar was nog weinig veranderd. Mannen in driedelige kostuums van Zeeman en vrouwen in mantelpakjes van H&M, met veelal schreeuwerige kleurcombinaties en drukke weefmotieven, oefenden op een holletje het juiste tempo, soms met hond, soms alleen met een lijntje omdat de hond ergens op een kaptafeltje werd geborsteld en getrimd.

Zuchtend baande Bram zich een weg tussen de vrolijk huppelende hondenbezitters naar de verste hoek van de oude hal, die stonk naar natte dieren, urine en haarlak. Hij haatte hondenshows en al helemaal met kerst, maar voor Ellen was het haar lust en haar leven. Vanmorgen was ze al om half vijf op, om te douchen en haar slanke lijf van top tot teen te vertroetelen met geurige crèmes en lotions. Twee uur besteedde ze aan haar make-up, en daarna nog een uur aan het strijken van de drie broek- en mantelpakjes die ze voor deze kerstshow had uitgezocht. Met haar lange haar in zwierige krullen geföhnd zag ze eruit als een plaatje, tenminste, dat vond Bram, die elke show weer met enige spijt vaststelde dat Ellen zich voor hem nooit meer zo mooi optutte.

De eerste ronde had ze de koningspoedel geshowd. De combinatie van Ellen in haar nauwsluitende, zwarte kokerrok, getailleerde jasje en hoge pumps met de vrolijk dartelende poedel was onweerstaanbaar. Dat vond in elk geval de keurmeester, die weinig oog had voor de honden als Ellen in de ring stond, of verbeelde Bram zich dat slechts?

Ellen zat niet op haar plek tussen de kennels. Bram zette de tas met broodjes op de bench van de dalmatiërs, zodat er geen honden bij zouden kunnen. Niet iedereen hield zijn honden zo goed onder controle als Ellen. De beagle blafte naar hem. Bram hield niet van beagles, en beagles hielden niet van Bram, dat was altijd zo geweest, maar het dier had een lege drinkbak en Bram was de beroerdste niet om haar bakje te vullen. Zul je net zien, dacht hij, alle flessen leeg. Kan ik weer water halen.

De drukte bij de toiletten was belachelijk, alsof de Bijenkorf alles gratis weggaf. In zo’n hallencomplex moeten er heus nog wel meer kranen te vinden zijn, dacht Bram, en hij liep een gang in met verschillende deuren. Hij probeerde ze een voor een, en de derde bleek niet op slot. In de werkkast vol emmers en bezems en karretjes met schoonmaakmiddelen viel hem vooral op hoe Ellen, voorovergebukt met haar blouse los en haar lippen om het harde, glimmende lid van de keurmeester, geheel op leek te gaan in haar bezigheden, want ze keek niet op of om. In een straf ritme en met gesloten ogen pijpte ze door, haar wangen en hals nat van speeksel. De keurmeester keek hem met grote ogen aan; een mengeling van genot en afgrijzen, dacht Bram. De man opende zijn mond maar er kwam geen geluid. Bram zou zelf ook sprakeloos zijn geweest, in zo’n situatie.

Hij veegde de natte haren uit zijn gezicht en stond nog een paar tellen besluiteloos op de drempel, tot hij zich omdraaide en de deur met een klap achter zich dichtsloeg. Bram probeerde de overige deuren. De laatste bleek ook open. Turntoestellen, springtouwen, basketballen, hij had geen idee wat hij eigenlijk zocht. Op een bok stond een grote emmer. Tennisballen zaten erin. Hij nam de emmer mee en zette resoluut koers terug naar de hal.

Daar opende hij zoveel kennels en benches als hij maar kon. Terwijl sommige honden aarzelend, andere vol enthousiasme, hun verblijfplaatsen uitkwamen zag hij Ellen de hal instormen. Ze zou te laat zijn, want Bram was al bij hun eigen kennels aangekomen en opende alle deurtjes. Kwispelend omringden de honden hem. Bram stuiterde met een tennisbal. De dieren werden wild. Met een slingerworp die hem het gevoel gaf een onoverwinnelijke ridder op het slagveld te zijn, mikte hij de bal de hal in. Het effect was fantastisch. Stoelen vlogen omver, tafels vol koffie en koek vielen om en een woeste schare blaffende viervoeters denderde door de hal, elkaar bijtend en vertrappend in hun jacht op de bal. Bram grinnikte. Hij pakte de emmer met twee handen vast, en leegde de inhoud met een ferme zwaai, als een man die zijn auto afspoelt na een zorgvuldige wasbeurt. Ellen ging onderuit in het tumult dat ontstond. Van een show kon nu geen sprake meer zijn. Hondeneigenaren gingen overal bij bosjes tegen de vlakte, in een poging hun prijswinnende roedels bijeen te houden.

Bram bleef nog een tijdje staan kijken. Een vrouw met een aan repen gescheurde blouse probeerde een oudere heer met zijn stropdas te wurgen omdat diens herders haar kooikerhondje wilden dekken. Een troep wolfshonden had een baby ingesloten en naderde dreigend zijn krijsende prooi. In de verte zag Bram de keurmeester, met zijn handen wanhopig in zijn verwarde haar. Zijn lichtblauwe colbert was besmeurd met bloed en zijn hippe bril had een gebarsten glas. Uiteindelijk pakte eerste kerstdag nog een heel stuk beter uit dan Bram vanmorgen had gedacht.