‘Hallo, met Ralph van de ANWB?’
‘Ha die Ralph! Met Tim hier. Ik heb een probleem met mijn auto. Op een kei gereden, hele bumper stuk, en er lekt iets bruinigs uit.’
‘Jee, wat vervelend. Maar maak je geen zorgen, Tim, alles wordt geregeld!’
Met mijn bemoedigendste blik kijk ik naar Linda, die aan de andere kant van de keukentafel niet helemaal gerust het gesprek volgt. Ter verduidelijking steek ik een duim op: de ANWB lost het allemaal op.

‘Goed, alles staat er in’, roept Ralph goedgemutst. ‘Er komt zo snel mogelijk iemand kijken en als het niet ter plekke wordt opgelost, dan slepen ze je auto weg naar een goeie garage in de buurt. Als ‘ie daar ook niet snel kan worden gerepareerd, dan regel ik vervangend vervoer voor jullie.’

Om kwart over tien ‘s ochtends staat er een kleine, gebruinde Fransman, type alpinopet en stokbrood onder de arm, hoofdschuddend naar de nog nadruppelende auto te kijken, met een blik alsof zojuist de Duitsers zijn land weer zijn binnengevallen. ‘Ja meneer, wat zal ik zeggen, die moderne Amerikaanse auto’s zijn ook veel te laag voor de Franse dorpswegen. Ik zal ‘m moeten meenemen. Wanneer gaat u terug naar Nederland? Aánstáánde záterdag?! Nee, dat gaat niet, dan heb ik de onderdelen nog niet binnen. Rekent u maar op volgende week ergens.’

Tegen half drie wordt Linda ongedurig. ‘Ik vind het maar niks zo. Ze laten niets van zich horen en we moeten hoognodig boodschappen doen.’ De dichtstbijzijnde buurtsuper is zes kilometer verderop. ‘Dat is twaalf kilometer lopen’, dringt ze aan, tot ik tenslotte nogmaals de ANWB bel. Of ze al wat weten.

‘O,’ zegt Ralph, ‘eh… ja… vervangend vervoer… Jaja, dat komt er heus, natuurlijk, als we de auto niet binnen achtenveertig uur weer aan de praat hebben. Maar eh… ik kan natuurlijk wel alvast de vragenlijst met u doornemen, in afwachting van de prognose van de garage.’ Niets aan de hand, verzeker ik mijn fronsende vrouw.

Een kwartier later belt Ralph terug. Iets met een vinkje op de website, dus geen vervangend vervoer. Maar geen nood, mijn vrouw en ik hebben zóveel topverzekeringen bij de ANWB, dat er altijd wel één zal zijn die het probleem dekt, laat hij monter weten. ‘Ik verbind u even door met mijn collega’s van de autoverzekering’, zegt hij, en nog voor ik kan bedanken voor zijn hulp, buldert Jon Bon Jovi in mijn oor dat ik vooral moet blijven geloven.

Piep-kraak. ‘Met Judith? Vervangend vervoer zegt u? Momentje hoor.’ Ze zoekt de polisvoorwaarden erbij. ‘U bent allrisk verzekerd, meneer. Er is dus een kans dat de schade wordt vergoed. Maar een huurauto voor u regelen, daar kunnen we niet aan beginnen hoor. Dat zou wat wezen zeg, haha! Nee, ik verbind u wel even door met de collega’s van de reisverzekering.’ Terwijl Kate Bush en Peter Gabriel mij nu toezingen dat ik vooral niet moet opgeven, schudt mijn vrouw meewarig het hoofd. ‘Ik ga wel iets regelen via mijn werk’, schampert ze, ‘want met die ANWB van jou wordt het toch niks.’

Twintig minuten en een waslijst belegen eighties hits verder weet ook Liesbeth van de reisverzekering me te melden dat ik geen recht heb op vervangend vervoer. Het begint erop te lijken dat we vast zitten in onze afgelegen boerderij op het Franse platteland. Er rijden geen bussen, en taxichauffeurs rekenen lachend honderdtwintig euro voor een retourtje supermarkt.

Maar dan gloeit, als een schitterend wit licht aan het eind van de tunnel, het schermpje van mijn iPhone op: “ANWB belt”! Ze zullen zich vast duizend maal willen verontschuldigen, en alsmaar herhalen dat het een jammerlijke vergissing was, en dat er spoorslags een splinternieuwe Volvo V70 onze kant op komt. De ANWB stelt zich voor als Maria, uit Lyon, en tot haar spijt is er geen Volvo V70 onderweg.
‘Een V50 dan?’, probeer ik, ‘van 2011 of zo? Of 2010 desnoods?’
‘Nee ook niet. Maar ik heb wel nieuws over uw auto! Die is namelijk inderdaad stuk…’
‘…’
‘…en de garagehouder zegt, dat hij pas over een week klaar kan zijn. Maar geen paniek, want dan regelen we natuurlijk vervangend vervoer voor u. Als u even een moment heeft, dan pak ik de vragen erbij.’

Ik spring overeind en steek triomfantelijk twee duimen op naar Linda, die verbaasd opkijkt van haar iPad. ‘Dat is fantastisch Maria!’, juich ik.

‘Eh… Ja, maar ik zie hier ineens iets geks. U heeft een vinkje staan bij vervangend vervoer Nederland, maar niet bij Europa. Dat had u wel aan moeten vinken natuurlijk.’

Aanvinken? Wat aanvinken? Ik heb vierentwintig jaar geleden – bijna een kwart eeuw – een heleboel formulieren ingevuld en sindsdien ben ik overal in Europa verzekerd voor alle narigheid. Tenminste, dat dacht ik. ‘Hoe bedoelt u, aanvinken?’

‘Op de website natuurlijk. Bij Mijn ANWB. Eigenlijk mag ik u dit niet zeggen, maar met een account kunt u de module “vervangend vervoer Europa” aanzetten en dan gaat de dekking per direct in.’ Warempel. Ik zet het juiste vinkje en binnen een minuut heb ik de bevestigingsmail binnen. Grijnzend bel ik opnieuw de ANWB.

‘Hallo, met Roelien. Vervangend vervoer? Neehee, daar bent u niet voor verzekerd. Wat zegt u? O ja, nu zie ik het. Dat is raar. Waarom hebben de collega’s u niet geholpen dan? Of… Wácht eens even… Wanneer heeft u uw verzekering gewijzigd? Vandáág?! Ja zeg, maar dat gaat zomaar niet! Per direct, per direct, ja ja meneertje, u kunt me wel zoveel vertellen, met uw “per direct”, maar zo werkt het natuurlijk niet hè? Wat denkt u wel? Dat u snel uw huis nog even kunt verzekeren als het al in brand staat? Nee hoor, daar trappen wij niet in. Goedemiddag!’

Middag is het bijna niet meer, ook al is het nog immer tweeëndertig graden in de schaduw. Ik heb barstende honger gekregen van al dat zinloze gebel. Linda kijkt me met een spottend lachje aan. ‘Ik heb een auto geregeld. Kunnen we morgenochtend ophalen. Kost negenhonderd euro, maar dan kunnen we er wel mee terug naar Nederland. Afleveren op Schiphol. En nu moeten we opschieten als we nog boodschappen willen doen, want het is ruim een uur lopen naar Faux.’
We stappen stevig door in de brandende zon, maar de buurtsuper blijkt met vakantie. Straks eten we kale rijst met sojasaus.

De zoek-het-maar-uit-polis werd eerder gepubliceerd bij The Post Online, op 27 augustus 2013.