Eerst het zuur, dan het zoet; zo hoort het en dat weet u net zo goed als ik. Wat u misschien niet weet, is dat er ook nog zoiets is als restzoet.

Gisteravond zat ik op een feestje tussen oenologen. Een oenoloog is een soort heilige die druiven kan veranderen in wijn. Het was een mieters feestje. De oenologen spraken over suikers, zuren, restzoet en puune. Dat laatste heeft niet per se iets met wijn te maken, maar voila, het kwam dus wel ter sprake. Op feestjes met oenologen is structuur vaak ver te zoeken.

Goed, terug naar het restzoet. Droge wijn bevat minder dan 10 gram restzoet per liter. We dronken wijnen van 1,5 gram per liter en zelfs minder. Zó droog dat je er wel dorst van móét krijgen. Om te begrijpen wat er gebeurt als dorstige mensen alleen wijn ter beschikking staat om hun nood te lenigen hoef je geen oenoloog te zijn.

Dan manifesteert zich als vanzelf een aangenaam soort roes, die het best te genieten is in goed gezelschap. En volgens mij is dat het échte restzoet.