Bert is zes. Net geworden, en voor zijn verjaardag kreeg hij een brandweerauto. Een grote, glimmend rode brandweerwagen met blauwe zwaailichten, chromen sirenes en een hele hoop brandslangen. Dat was gisteren. Vandaag liggen de ruiten er al uit. De zwaailichten zijn eraf gesloopt en de grote watertank is aan twee kanten ingedeukt. Wat er nog rest van de rode verf glimt niet meer. Bert had namelijk om een vuilniswagen gevraagd.

Berts papa is gekwetst als hij ziet wat zijn Bertje met het dure speelgoed heeft gedaan. Natuurlijk had hij gezocht naar een vuilniswagen, maar hij had nergens zo’n mooi exemplaar kunnen vinden als de brandweerwagen, waarop hijzelf direct verliefd was geweest. Mannen blijven nou eenmaal kinderen. En nu had Bertje het ding compleet gesloopt, gewoon, omdat het kon. En om die oude een lesje te leren, want dat was natuurlijk ook hoog tijd.

Papa laat het er niet bij zitten. Hij roept Bert tot de orde. De kleine vent moet bij hem komen, maar die vertikt dat. Papa heeft geen idee wat hij met het recalcitrante kereltje aan moet. In zijn boosheid roept hij dat Bertje ondankbaar is en geen respect heeft, maar daar is de knul niet van onder de indruk. ‘En jij bent een ouwe zak. Je weet niet eens wat een vuilniswagen is, sukkel’, bijt het mannetje zijn vader toe. En daarmee is de kous af.

Had je het Bert kwalijk kunnen nemen als hij op zijn zestiende een grensrechter had doodgeschopt? De puberjongen is immers opgegroeid in de veronderstelling dat je altijd en overal moet kunnen doen en zeggen wat je wil. Niemand die je een strobreed in de weg legt, dat heeft hij van zijn vader geleerd, die hem zelfs geen corrigerende tik durfde te geven toen hij ten overstaan van de hele familie door zijn twaalfjarige, goedgebekte zoon werd uitgemaakt voor fascistische hoerenloper.

Gelukkig is het nooit zover gekomen met Bert, dat hij een grensrechter dood schopte. In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten kon hij zijn onbegrensde vrijheid redelijk kwijt in woorden. Waarom zou je geweld gebruiken als je ook kunt beledigen? Veel veiliger, ja, laten we wel wezen. Nou ja, op korte termijn dan.

Zoals Bert zijn er veel tegenwoordig. Jongens en meisjes die niet beter weten dan dat er geen enkele sanctie staat op schofferen, beschimpen en beledigen. Bert’s boezemvriendje Rutger wist het laatst nog zo eloquent te verwoorden aan tafel bij Matthijs: ‘fatsoen is iets van vroeger’. En er is een enorm cohort gelijkgestemden met enorme kelen te vinden, dat het hem nazegt. Een maand geleden zou ik nog gezegd hebben dat dit een uitspraak is van een opstandig ventje dat, door gebrek aan opvoeding, treiteren tot maatstaf heeft verheven, maar sinds de dood van een arme Almeerse huisvader aan de rand van een amateurvoetbalveld ben ik daar niet zo zeker meer van. Heeft Rutger dan toch een punt?

Als Theo Maassen zegt dat valse honden een spuitje krijgen en valse politici persoonsbeveiliging dan is hij ‘een zielige hypocriet’ (Bert Brussen) en ‘een walgelijke vent’ (Bas Paternotte). Persoonsbeveiliging is namelijk een essentieel aspect van hun leefwereld geworden, omdat de buitenwereld niet unaniem dezelfde waarden en normen hanteert als waar deze twee parels van het vrije woord mee zijn groot geworden. Dat is vervelend voor ze, maar het illustreert tegelijk ook, dat Rutger misschien de plank toch een beetje mis sloeg met zijn olijke stelling bij De Wereld Draait Door.

Ach welnee, nu zeg ik rare dingen. Alsof fatsoen er iets mee te maken heeft dat sommige mensen niet zonder lijfwachten door het leven kunnen. We weten wel beter toch? Dat komt door haat, niet door fatsoen. Geert is echt een fijne vent, en het is precies zoals heel Geen Stijl steeds brult: als iemand zich gekwetst voelt door Geerts uitspraken, dan ligt dat aan a) achterlijke cultuur, b) het dragen van een baard en/of witte soepjurk en c) links. En daarom moet Theo Maassen nu ‘deaud’. Zoveel logica, breng daar maar eens iets tegen in.

Anders is het wanneer je durft te beweren dat Geert, Rutger, Bert en de hunnen misschien eens wat voorzichtigheid zouden moeten betrachten in de omgang met anderen. Dan ben je een narcistische ADHD-er. Goed, zo zit het dus: kwetsen is een morele verplichting en iedereen die het daarmee niet eens is, is staatsvijand nummer één. Welkom in de wereld van Geen Stijl.

Ik ben het er niet mee eens. Ik denk dat als de vader van Bert hem een loeiharde knal had gegeven toen hij die met liefde uitgekozen brandweerwagen met sardonisch genoegen sloopte, Bert anders was opgegroeid en misschien zelfs wel volwassen was geworden. Dat hij dan had begrepen, dat fatsoen bij uitstek iets is dat je behoedt voor een vreselijk lot als levenslange persoonsbeveiliging. Maar zo ging het helaas niet. Zoals het voor Marokkaanse jongetjes een eer is om met een oranje hesje aan een plantsoen te moeten schoffelen, zo is het voor de volgertjes van Bert, Geert en Rutger een eer om persoonsbeveiliging te krijgen. Want dat is het ultieme bewijs dat zij er tenminste alles aan hebben gedaan om de evolutie naar een hoger plan te tillen: een wereld zonder fatsoen.

Tim Notten